De Tijd (02/05/2014)

Het parlement wordt geacht een spiegel te zijn van de maatschappij. Daarom zijn beroepspolitici voor mij geen must. Belangrijk is in welke mate parlementsleden kunnen wegen op een dossier en het beïnvloeden. Een terugvalpositie hebben en financieel niet afhangen van de politiek en van mijn partij is een gezond principe.

detijdmeiToen ik de bio en het CV van de lijsttrekkers (en andere ‘beschermde plaatsen’) van de verschillende politieke partijen bekeek, stelde ik vast dat een overgrote meerderheid – minstens de laatste 15 jaar – ‘de politiek’ als broodheer had. Veel van die toppers hebben nog nooit één enkele cent buiten de politiek verdiend.

Bovenop dat feit kwam – samen met het traditionele evaluatierapport van de kranten – het ‘advies’ aan bestaande (en toekomstige) parlementsleden dat ze de job ‘idealiter fulltime uitoefenen en er dus best geen andere professionele activiteit op na houden’. Als reden wordt geschermd met ‘tijdsbesteding’ en ‘betrokkenheid’. Een parlementslid dat zijn of haar job ter harte neemt, doet dit best voor de volle 100%, anders hypothekeert dit de kans op ‘slagen’ – en op een goed rapport.

Is ‘beroepspoliticus’ of homo politicus zijn the way to go? Volgens mij niet. Let op, het is niet per se fout, maar het parlement is toch een spiegel van de maatschappij? Of zou het toch moeten zijn? Ik sta zelf op een strijdplaats voor Open VLD en heb nu al voor mezelf uitgemaakt dat ik mijn huidige job (als consultant bij verschillende bedrijven) niet zal opgeven, mocht ik verkozen geraken. Aanpassen wel, stoppen niet.

Als ik met politici praat voel ik toch vaak vervreemding van de (economische) realiteit. Net zoals ik die bij academici detecteer. Bij hen kan ik echter die afstand plaatsen, waarschijnlijk is dat voor hen zelfs verkieslijk. Politici daarentegen staan best tussen de mensen en de bedrijven. Politici voelen best zelf in de praktijk welk effect sommige maatregelen hebben of zouden kunnen hebben.

Tijdens politieke debatten brengen beroepspolitici vlotjes de partijstandpunten, ondersteund door allerhande cijfers en theorieën. Als ‘amateur’ ingaan tegen al dat cijfergeweld is niet evident. Je hebt trouwens geen tijd om het allemaal in te studeren. Ik hanteer dan maar de praktijk als wapen. Dat probeer ik althans, want deze aanpak mist vaak de slogans en de oneliners die punten opleveren. Maar goed, al doende leert men

Brooddoosparlementair

Kersvers politicus Noël Slangen had het een tijd terug over de ‘brooddoosparlementair’ die dag in, dag uit naar zijn werk gaat en zijn taken uitoefent in de beslotenheid van het parlement, ver weg van het rumoer. Zijn deze pendelaars dan de beste vertegenwoordigers van het volk? Ik dacht het niet.

We moeten de deontologische grenzen tussen een publiek en een privaat mandaat aanscherpen. Duidelijker maken wat kan en niet kan. Maar we moeten het ook makkelijker maken voor mensen die bewust kiezen om geen beroepspoliticus te worden. Een degelijke aanwezigheid in het parlement is een must, maar politici afrekenen op het aantal parlementaire vragen dat ze stellen is niet verstandig. Een betere parameter is hoe ze wegen op een dossier en het beïnvloeden.

Als jonge politicus ben ik ervan overtuigd dat het gezond is dat ik een terugvalpositie heb, dat ik financieel niet afhang van de politiek en van mijn partij. Het geeft me een gevoel van vrijheid en durf. Ik wil de politici niet te eten geven die voor het behoud van hun postje hun principes naast zich hebben neergelegd.

Hoe ik dat allemaal zou combineren? Met een efficiënte agendaplanning, goede medewerking maar vooral met een focus op bepaalde dossiers is het zeker te bolwerken. Zit het parlement trouwens niet vol met burgemeesters? Hebben die het dan niet druk?