Nee, ik word geen beroepspoliticus!

Toen ik even de bio en CV van de lijsttrekkers (en andere ‘beschermde plaatsen’) van de verschillende politieke partijen bekeek, kwam ik tot de vaststelling dat een overgrote meerderheid – minstens de laatste 15 jaar – ‘de politiek’ als broodheer had. Ik kwam zelf tot de vaststelling dat veel van die toppers nog nooit één enkele cent buiten de politiek verdiend heeft. Bovenop deze objectieve vaststelling kwam – samen met het traditionele rapport van de kranten – het ‘advies’ aan bestaande (en toekomstige) parlementsleden dat ze de job ‘idealiter fulltime uitoefenen en er dus best geen andere professionele activiteit op na houden’. Als reden wordt met ‘tijdsbesteding’ en ‘betrokkenheid’ geschermd. Een parlementslid die zijn of haar job ten harte neemt, doet dit best voor de volle 100%, anders hypothekeert dit de kans op ‘slagen’ (en een goed rapport).

De ‘beroepspoliticus’ of homo politicus: the way to go?  Volgens mij niet. Let op, dit hoeft niet per sé fout te zijn maar het parlement is toch een spiegel van de maatschappij? Of zou het moeten zijn? Ik sta zelf op een strijdplaats voor Open Vld en heb nu reeds voor mezelf uitgemaakt dat – mocht ik verkozen geraken – mijn huidige job (als consultant bij verschillende bedrijven) niet zal opgeven. Aanpassen wél, stoppen niet.

Als ik nu met politici spreek, voel ik toch vaak vervreemding met de (economische) realiteit. Net zoals ik die bij academici detecteer maar daar kan ik die afstand plaatsen, waarschijnlijk is die voor hen zelf verkiesbaar. Politici daarentegen staan best tussen de mensen én de bedrijven. Politici voelen best zelf in praktijk welk effect sommige maatregelen hebben (of nog beter zouden kunnen hebben).

Tijdens de politieke debatten brengen de beroepspolitici vlotjes de partijstandpunten ondersteund door allerhande cijfers en theorieën. Het is niet evident om als ‘amateur’ tegen al dat cijfergeweld in te gaan. Je hebt trouwens geen tijd om deze allemaal in te studeren. Als wapen hanteer ik dan maar de praktijk. Of beter, dat probeer ik te doen want deze aanpak mist vaak de slogans en oneliners die punten opleveren. Maar soit, al doende leert men.

Kersvers politicus en ex-slangenbezweerder Noël Slangen sprak een tijd terug over de ‘brooddoosparlementair’ die dag in, dag uit naar zijn werk gaat en zijn taken uitoefent in de beslotenheid van het parlement, ver weg van alle rumoer. Zijn deze pendelaars dan de beste vertegenwoordigers van het volk? Ik dacht het niet.

We moeten de deontologie (en afspraken) tussen een publiek en privaat mandaat aanscherpen. Duidelijker maken wat kan en wat niet. Maar we moeten het tevens makkelijker maken voor mensen die de bewuste keuze maken geen beroepspoliticus te worden. Een degelijke aanwezigheid is uiteraard een must maar politici afrekenen op het aantal parlementaire vragen is niet verstandig. Het wegen op en beïnvloeden van een dossier is een betere parameter.

Als jonge politicus ben ik ervan overtuigd dat het gezond is dat ik een terugvalpositie heb, dat ik financieel niet afhankelijk ben van de politiek en mijn partij. Het geeft me een gevoel van vrijheid en durf. Ik wil de politiekers niet te eten geven die voor het behouden van hun postje hun principes naast zich hebben neergelegd.

Hoe ik dat allemaal zou combineren? Met een efficiënte agendaplanning, goede medewerking maar vooral een focus op bepaalde dossiers is dit zeker te bolwerken. Zit het parlement trouwens niet vol met burgemeesters? Hebben die het dan niet druk?