Mijn eerste weken in de Kortrijkse politiek

sized_sized_Tranendal 057Mijn eerste weken (36-dagen) als kersvers lokaal politicus maken me – eerlijk gezegd – noch warm noch koud.

Dit is niet verwonderlijk. Ik heb namelijk slechts mijn eerste twee gemeenteraden, eerste commissie en eerste politieraad achter de rug. Al deze eerste vergaderingen stonden in het teken van eedafleggingen, procedures, foto’s, stembrieven en mandaten. De mensen die me kennen, weten dat dit geen zaken zijn waar ik wild van word. Ik heb ze dan ook maar braaf ondergaan en de kat uit de boom gekeken.

Wat me wel energie gaf, zijn de werkgroepen (bv nieuwjaarsreceptie, kortrijkspreekt, sinksen,…) waar ik aan deelnam, de ontmoetingen met de medewerkers van de Stad en de vele plannen die op stapel staan. De volgende raden en commissies zien er dan ook rooskleurig uit. Of ben ik naïef?

Nu wil ik toch, als u me toestaat, een tweetal zaken delen. Ik zal dit vanaf nu maandelijks proberen te doen.

De relatie tussen oppositie en meerderheid.

Na 150 jaar dezelfde partij aan de macht, is er nu een alternatieve, historische meerderheid op de been gebracht. Is dit op de meest ideale manier gebeurd? Nee. Hebben sommige mensen reden om ongelukkig te zijn? Waarschijnlijk wel ja. Maar, eerlijk? Iedereen heeft nu wel tijd genoeg gehad om zich in zelfmedelijden te wentelen. Get over it. Besturen en coalities komen en gaan. Partijen winnen en verliezen. Dat is maar goed ook. Dat is politiek.

Tijdens de eerste gemeenteraden viel me op hoeveel frustratie er te rapen viel. Zowel bij de meerderheid als de oppositie. Er wordt op de man gespeeld en niet op de bal. De meerderheid wil zich kost wat kost laten gelden en afzetten. De oppositie – sommige meer dan andere – schiet op alles en iedereen zonder alternatieven te brengen. Kortrijk Spreekt, het spreekgestoelte in de gemeenteraad, de scheiding van de functie burgemeester & voorzitter,… zijn toch zaken waar niemand tegen kan zijn?

Als groentje stoort me dit toch enorm. Ik zit daar niet om rekeningen te vereffenen. Het interesseert me geen reet. Laat ons aub samen werken aan Kortrijk en de Stad samen nog beter maken.

Buda.

De burgemeester stelde dat we ‘Buda moeten teruggeven aan de Kortrijkzanen’. De reacties bleven niet uit. Zo slaagde iemand – die meestal wél zinnige zaken vertelt – erin om de Kortrijkse Schouwburg met de C&A te vergelijken. Om aan te tonen dat Buda toch wel een andere identiteit moet hebben. De mensen van de Schouwburg zullen het graag horen.

Ik ben op de laatste gemeenteraad verkozen tot de Raad van Bestuur van AGB Buda. Daarom wil ik hier kort op reageren.
Wie mijn programma heeft gelezen, weet wat ik me afzet tegen eenheidsworst en uniformiteit. We moeten erover waken dat we niet enkel luisteren naar de macht van het getal. Soms zal kwantiteit moeten wijken voor kwaliteit.

Laat ik me focussen op de Budafabriek.

Zoals collega Depuydt (CD&V) terecht opmerkte, heb ik geen lange ervaring in de cultuursector en kan ik me bezwaarlijk een expert noemen maar we mogen niet blind zijn voor de realiteit. Als zelfs de partners die daar nu actief zijn – en waar heel vaak mee geschermd wordt – ons vertellen dat het potentieel van dat gebouw zo enorm is maar te weinig wordt benut, dat er veel te weinig bedrijvigheid & creativiteit is, dat het geld opslorpt maar eigenlijk zijn doel voorbij schiet en (letterlijk) ‘het daar een saaie boel is’, getuigt het enkel van goed bestuur om die zaken in vraag te stellen.

Moet Buda eenzelfde doelgroep nastreven als een ontmoetingscentrum? Uiteraard niet. Moet Buda (enkel) commerciële belangen dienen? Uiteraard niet.
Een dierbare verwoordde het op deze manier: ‘Van Gogh wordt tegenwoordig gezien als één van de grote schilders van de 19e eeuw. Maar tijdens zijn leven werd er waarschijnlijk maar één schilderij verkocht voor 400 frank.’
We moeten inderdaad openstaan voor creatie en durf. Tijd en ruimte geven aan het niet-evidente. Maar we moeten wél Buda opentrekken en beter promoten. Meer verscheidenheid aantrekken.

Kortom niet minder maar meer experiment.