Kortrijk, een participatiestad in actie

Participatie is ontegensprekelijk ‘in’. Een overheid die haar burgers niet betrekt in de besluitvorming is niet meer up-to-date. Het wordt stilaan een certificaat van behoorlijk bestuur. Het lijkt alsof het ‘klassieke’ overleg net de omgekeerde beweging maakt. Gisteren riep de socialistische vakbond opnieuw een nationale staking uit als voorlopige eindpunt van ‘het’ overleg. Steeds meer stemmen gaan op om beide voor elkaar in te wisselen. Het overgrote deel van de reacties tijdens het radioprogramma Hautekiet pleitten zelfs onomwonden om het klassieke overleg af te schaffen.  ‘We voelen ons niet meer vertegenwoordigd’.  Zo ver willen we uiteraard niet gaan. Sociaal overleg op sector- of bedrijfsniveau werkt trouwens vaak goed. Maar bij klassieke inspraakkanalen kan inderdaad blindheid ontstaan voor wat er buiten hun apparaat leeft. Wij pleitten daarom voor een mix van participatievormen.

Op een compacter niveau is echte participatie geen ver-van mijn bed show. In Kortrijk bewijzen we elke dag dat directe inspraak werkt én dat het een echte meerwaarde betekent voor het cont(r)act met de burger. De wortels van een stad zijn niet zozeer de architecten, stadsplanners of politici, maar in de eerste plaats de inwoners. Onder de noemer ‘Kortrijk Spreekt’ is – en dat zeggen we niet zonder trots – het grootste inspraakproject  van ons land ontvouwd. Individuele burgers en buurtcomités werden actief betrokken bij de opmaak van het bestuursakkoord ‘Plan Nieuw Kortrijk’. 1 op 8 van de Kortrijkse gezinnen  sprak zich uit en dit legde enkele verrassende prioriteiten bloot. Zo kwam als belangrijkste thema vlotte fietsverbindingen bovendrijven, auto’s zag men liefst ondergronds en ook veiligheid en armoedebestrijding scoorden sterk.

‘Kortrijk Spreekt’ is geen one shot. Er werd een full-time inspraakcoördinator aangeduid en budgetten werden vrijgemaakt. 6 miljoen EUR, 5% van het totale investeringsbudget van de stad. Dit geld werd en wordt door zogenaamde budgetgames of burgerbegrotingen toegewezen tijdens participatietafels. Ook langs de digitale weg – via Kortrijk Doet Mee –  kunnen inwoners projecten voorstellen en hun buurt mobiliseren. Door middel van ‘Iedereen Spreekt’ doet ook OCMW Kortrijk haar duit in het zakje en gaat zelf actief op zoek naar meningen van minder mondige mensen. Sluitstuk zijn de burgemeester en schepenen die 40 zondagen lang deur aan deur gaan. Ze mikken met hun vragenlijst op de 33.000 deurbellen die de stad rijk is. De responsgraad is groot. Liefst 1 op de 3 gezinnen doet mee.

Is deze aanpak allesomvattend of wetenschappelijk correct? Uiteraard niet maar het toont dat participatie op het niveau van een stad perfect mogelijk is. Kortrijk wordt hier trouwens gevolgd door tal van andere steden zoals Mechelen en Antwerpen en kreeg hiervoor dan ook de ‘Thuis in de Stad’ prijs van Vlaams minister Homans.

Zulke vergaande inspraak in meer complexe dossiers en problematieken introduceren is niet simpel. Maar in de toekomst zal één-op-één inspraak meer en meer zijn intrede doen en een gezonde aanvulling moeten vormen voor de klassieke besluitvorming en overleg.

Zo lanceerde cultuurminister Gatz zijn ‘burgerkabinet’, 150 burgers die het Vlaamse cultuurbeleid mee vorm geven. Tijdens de voorstelling erkende hij zich hierdoor ‘kwetsbaar op te stellen’. Dat klopt maar het zijn door zulke moedige initiatieven dat participatieprojecten langzaam volwassen zullen worden. Want David Van Reybrouck heeft overschot van gelijk, over 20 jaar zal de democratie er helemaal anders uitzien, zowel in Kortrijk als in ons land.

Vincent Van Quickenborne, burgemeester Kortrijk en parlementslid (Open Vld), Arne Vandendriessche, voorzitter Open Vld Kortrijk