“Gaan stemmen en dan zwijgen? Dát moet anders”

KORTRIJK – “In oktober mag de kiezer zijn stem laten horen en dan weer zes jaar zijn mond houden. Laat ons jaarlijks een belangrijk inspraakmoment voor alle burgers inlassen.” Aan het woord is schepen Arne Vandendriessche. In een opiniestuk op onze website pleit hij voor vernieuwing van de gemeenteraad. “Nu is het te veel meerderheid tegen oppositie. Als het niet anders kan, schaf je die gemeenteraad beter af.”

Door Mieke Verhelle

“Schaf de gemeenteraad dan maar af”1, is de titel van zijn opiniestuk over de meerderheid versus oppositie. Arne Vandendriessche (Open VLD) wil op die manier een debat op gang brengen over hét instrument bij uitstek van de lokale democratie: de gemeenteraad. Hij doet het uit eigen naam, het is geen partijstandpunt. Dat wil hij benadrukken. Alhoewel burgemeester Vincent Van Quickenborne recent ook al voor een nieuwe versie van de gemeenteraad pleitte. Minder raadsleden die beter betaald worden. Dat wil de Kortrijkse burgemeester onder meer doen door de belastingen op hun inkomsten uit die raad af te schaffen.

Schepen Arne Vandendriessche (35) heeft een dubbel doel: enerzijds wil hij een betere wisselwerking tussen meerderheid en oppositie. Anderzijds wil hij de burger meer betrekken bij het beleid.

Spel meerderheid-oppositie

Arne Vandendriessche, schepen mensen en gebouwen: “Toen ik startte als jong raadslid in 2013 was ik geschrokken van het ‘spel’ dat gespeeld wordt”, vertelt Arne Vandendriessche. “De meerderheid stelt iets voor en de oppositie is sowieso tegen. Maar ook omgekeerd, de meerderheid verwerpt een voorstel van de oppositie vaak omdat het vanuit dat kamp komt. Af en toe worden wel kleine toegiften gedaan, maar nooit over grote dossiers.” De schepen maakt deel uit van de meerderheid en steekt de hand ook in eigen boezem. “Alle raadsleden maken zich daar schuldig aan, zowel uit de meerderheid als de oppositie. Maar op die manier zie je dat de oppositie geen enkele politieke invloed heeft, terwijl ook die mensen het beste met hun stad voorhebben. Ik hoor van mijn ervarener collega’s dat er vroeger toch meer in dialoog werd gegaan.”

We legden de bezorgdheid van Arne Vandendriessche voor aan Herwig Reynaert, professor politieke wetenschappen aan UGent. “Is die tweestrijd meerderheid-oppositie effectief zo scherp of is dat de perceptie van Arne?”, vraagt de professor zich af. “Ik pleit zelf al langer voor het voeren van een constructieve oppositie. De gemeenteraad mag uiteraard niet vervallen in een ritueel legitimeren van beslissingen door de meerderheid en ritueel mopperen door de oppositie. Het zijn niet de structuren die moeten veranderen, maar de mentaliteit bij de raadsleden. Het klopt dat het in veel steden beter kan, maar er zijn ook veel goede voorbeelden.”

Utopie

Volgens de schepen is de gemeenteraad als structuur achterhaald. “Dat er zomaar een mentaliteitswijziging komt, is een utopie. Er moeten eerst tools zijn om te veranderen vooraleer die switch er kan komen.”

Prof. Reynaert waarschuwt om niet het kind met het badwater weg te gooien. “De omkadering moet beter, daar ben ik het mee eens. Raadsleden uit kleine partijen kunnen hun democratische rol het controleren van de meerderheid niet deftig vervullen. Ik deed eerder al een voorstel om in grotere steden raadsleden een halftijdse wedde te geven en nog meer ondersteuning te bieden. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) pleit daar ook voor. Op vele niveaus is het aantal mandatarissen verminderd, denk maar aan de senaat en de provincie, waarom dan niet op gemeenteniveau? Minder raadsleden dus, maar wel beter omkaderd.”

Mond houden

De gemeenteraad hervormen, moet via een grondwetswijziging en kunnen de raadsleden dus niet zelf. Toch moet het volgens Arne mogelijk zijn om oppositie én burgers meer mogelijkheden te geven om op het beleid te wegen. “Nu laten we de bevolking om de zes jaar stemmen, er wordt een meerderheid gevormd en die schrijft dan een bestuursakkoord. De volgende zes jaar wordt dat bestuursakkoord uitgevoerd. Kort door de bocht moeten burgers en oppositie in de tussentijd hun mond houden. Goede ideeën stromen daardoor te weinig door. We proberen daar in Kortrijk al aan te werken met veel participatiemomenten en bevragingen van onze inwoners. Maar daarmee krijgt de oppositie nog geen forum.”

De schepen wil een burgerraad installeren. Hij wil na elke verkiezing zes thema’s laten vastleggen. Die krijgen bij aanvang dan ook een budget. “In een uitgebreid traject kunnen burgers elk jaar geïnformeerd worden en een mening vormen over dat specifieke thema. Oppositie en meerderheid kunnen hun standpunt uiteen zetten, nadat alle belangengroepen ook hun zeg hebben gedaan. Op die manier kom je tot een dynamiek die door de hele gemeenschap wordt gedragen. De bevolking kan dan kiezen na een uitgebreide uitleg van alle partijen. Uiteindelijk moet het beleid oppositie én meerderheid dan wel volgen.”

Als voorbeeld geeft hij de lage-emissiezone. “Heel wat steden denken er momenteel over na om vervuilende wagens uit het centrum te weren. Het is een moeilijk debat over een belangrijke keuze. Zo’n beslissing is beter door de hele bevolking gedragen, want het is voor iedereen belangrijk. Automobilisten zijn betrokken, maar het heeft ook invloed op onze gezondheid.”

Wie uiteindelijk die thema’s moet bepalen, daar denkt Arne nog over na. “Volgens mij moeten we daar kunnen samenwerken met de academische wereld. Sowieso moeten alle politieke partijen er inspraak in hebben, maar kunnen professoren politieke wetenschappen ons begeleiden om tot een consensus te komen. Er bestaan al dergelijke voorbeelden in andere landen.”

Participatie-elites

Ook hier waarschuwt professor Reynaert: “Een burgerakkoord moet vooral representatief zijn. Het gevaar bestaat om in de valkuil van de participatie-elites te trappen. Dat enkel mannen met veel tijd hun mening ventileren. Heel wat mensen zijn sowieso moeilijk bereikbaar, mensen met jonge kinderen bijvoorbeeld. En dan speelt het geen rol hoeveel mensen je bereikt, je moet vooral mensen uit elke groep bereiken. Dat kan ook met een kleine groep mensen.”

“Maar op zich vind ik het geen slecht idee. Participatiepolitiek is al goed ingeburgerd. De politiek doet al meer inspanningen om de burger in het verhaal te betrekken. Het idee dat politici na de verkiezingen weer voor zes jaar verlost zijn van die lastige kiezer, is achterhaald”, besluit Herwig Reynaert.

Krant van West-Vlaanderen/Kortrijk-Menen – 13 Apr. 2018