Fuck Design?

Zoals beloofd, elke maand ‘Mijn Gedacht’. Deze maal over muziek en design. Op naar een muzikale designstad!

Eerst design.

TacktorenMaka De Lameillieure, de bazin van Flanders InShape, stelt het in de meest recente editie van het VOKA-magazine (Kamer West-Vlaanderen uiteraard) zo:

“Kortrijk mag zeker de titel van designstad opeisen. Ik stel vast dat er in de Kortrijkse regio heel wat bedrijven bezig zijn met design in de brede betekenis, opvallend meer dan in andere regio’s in Vlaanderen.”

Opnieuw (zie vorig Gedacht) ik ben geen expert. Maar hier valt wel iets voor te zeggen. Er wordt de laatste tijd – mea culpa –  vaak lachwekkend gedaan over alles wat ruikt naar design, met het fameuze peperdure designtoilet als dankbare oneliner.

We stoppen daar best mee.

De vorige jaren werd er inderdaad vaak (te pas en onpas) geschermd met het woord design, werd design synoniem aan hautain en kreeg het een wrange nasmaak bij de Kortrijkzanen.

Dit moeten we bijsturen – frisser en minder elitair – maar we mogen het kind niet met het badwater wegsmijten.

Kortrijk heeft inderdaad wél recht van spreken. Zo beschikt Kortrijk over een leger aan bedrijven en organisaties die door het verstandig gebruik van design het verschil maken. In verschillende sectoren – zonder namen te noemen – als de verlichtingsbranche, machinebouwers, architecten en bouwfirma’s, centra’s, hogescholen, beurzen, ….

Trouwens, ere wie ere toekomt, het is de verdienste van het vorige beleid dat Kortrijk bekend staat (in Vlaanderen en daarbuiten) als designstad.

We mogen hier best trots op zijn en moeten dit koesteren en versterken.

Een van de betrachtingen van de stadscoalitie is bovendien de creatieve maakbedrijven in Kortrijk te ondersteunen en te promoten. Design – is daar een deel van en – zal dus ook de volgende jaren een prominente rol blijven spelen.

Mijn oproep luidt dan ook: laat design niet vallen in onze citymarketing. Kortrijk, designstad moeten we blijven verdedigen.

Maar … nu ook muziek.

Kortrijk is op dit ogenblik waarschijnlijk dé muziekstad van Vlaanderen met groepen als Goose, Balthazar, Steak Number Eight, SX, Amenra, Zucchini Drive, met nieuwkomers als The Lumbers, Stab, Druzhnik, Nouk, N-Trek, Compact Disc Dummies, met initiatieven als De Kreun, Track, Tacticz, de Vetex-muzikanten en Quindo.

Alleen, wat doen we ermee? Weinig of niks. De marketingboy in mij vloekt.

Dagelijks komen we wel één van deze namen tegen in kranten, magazines, radio en televisie met steevast de woorden “De Vlaamse groep uit Kortrijk….” Deze artiesten fungeren nu al als ambassadeurs voor de stad. Wanneer zullen wij hen begroeten? 

Kortrijk, muziekstad, moet ook een speerpunt van de citymarketing worden.

Net zoals design kan muziek – op termijn –  significante economische en culturele waarde betekenen voor een stad en de_kreunregio.

Vlaanderen kent zeer veel bedrijven waarbij de activiteiten zich situeren in de muziek- en entertainmentindustrie (zonder namen te noemen: festivalorganisatoren, podiumbouwers, licht- en videomakers, grafische bureaus, experten auteursrechten, studio’s…).

We kunnen niet ambitieus genoeg zijn in deze. We moeten een goed klimaat creëren voor deze tak van ondernemers en soortgelijke bedrijven aantrekken om hun activiteiten in deze regio – en in onze stad in het bijzonder –  verder te ontwikkelen.

Ze zijn er al. Steun ze, breng ze samen en trek zo anderen aan. Infrastructuur genoeg.

Mijn gecumuleerde oproep tot slot: Kortrijk, muzikale designstad.