De ICT-sleutel ligt bij de leerkracht

Lees in De Standaard (| Arne Vandendriessche, Directeur van Signpost)

MET EEN LAPTOP ALLEEN ZET JE NIET DE STAP NAAR MODERN ONDERWIJS

In essentie klopt het dat computers op school niet per se beter doen leren. Maar het is vooral de leerkracht die daarbij een cruciale rol speelt, vindt Arne Vandendriessche: als hij mee opgeleid wordt, kan onderwijs met een pc meerwaarde bieden. Laat je hem aan zijn lot over, dan is een extra laptop niet meer dan een kosten- en lastpost.

Foto: Flip Franssen/hh

Foto: Flip Franssen/hh

Laat ik onmiddellijk open kaart spelen. Ons bedrijf is gespecialiseerd in het bedienen en onderhouden van ICT in het onderwijs. Zo beheren we meer dan 3.000 laptops van individuele leerlingen in het secundair onderwijs, een nog groter aantal in het hoger onderwijs. Het aantal scholen dat instapt verdubbelt elk jaar. Net daarom durf ik te reageren op het alom geciteerde Oeso-rapport Students, Computers and Learning: Making The Connection (DS 16 september). De studie telt 204 pagina’s, is uitgevoerd in 31 landen en is, zoals de meeste Oeso-rapporten, een goed onderbouwd werkstuk met een teneur van nuance. Sommige berichtgeving erover is dat iets minder. Die moest aantonen dat ICT op school geen opvallende verbetering met zich brengt en dat leerlingen die de pc op school zeer vaak gebruiken, lagere resultaten halen.

De realiteit is dat de scholen – na jaren twijfelen – de stap zetten en volop investeren in ICT in de klas. Het werd tijd, want we hebben nog steeds een enorme achterstand op de buurlanden én op het bedrijfsleven (waar digitaal de norm is). Maar het mag gezegd zijn, de teneur van de Oeso-studie klopt. De simpele aankoop van ICT (computers, laptops, software) is niet zomaar dé weg naar een modern onderwijs. Deze uitgave moet – vooraf – verstandig begeleid worden. Leerlingen (in het secundair) met een laptop les laten volgen veronderstelt een traject, een plan. Er moet een waar servicemodel achter schuilen ook.

Huiswerk maken

De belangrijkste drempel voor het welslagen van de ‘laptop in de klas’ is de figuur van de leerkracht. In de Oeso-studie staat letterlijk dat niet de school maar de leerkrachten de ICT-sleutel in handen hebben. Vaak zien leerkrachten een laptop als een bedreiging. Ze weten niet goed hoe ze de toestellen moeten inzetten in hun lessen, beseffen dat de leerlingen er beter mee overweg kunnen dan zijzelf. Deze vrees is begrijpelijk en vaak meer dan gegrond. Daarom pleiten we er steeds voor om samen met het invoeren van een laptopproject ook de leerkrachten op te leiden. Ook voor onze business is dat interessant, want een onderbouwd en gedragen project is tevens een duurzaam project. Wij zien dagelijks het verschil tussen een school die gebruik van de toestellen enkel oplegt en een school die wel haar huiswerk heeft gemaakt en stap voor stap de werkpunten afvinkt, samen met een goede educatieve ICT-partner (en zo bestaan er veel genre educentrum, WOTvzw, Eeckhoutcentrum).

Veel scholen gebruiken hun digitale aanpak als marketingtool om leerlingen aan te trekken. Ze tonen dat ze ‘hun’ leerlingen zo beter klaarstomen voor een job. Zo winnen ZAVO (Zaventems Vrij Onderwijs) en TSM (Technische Scholen Mechelen) marktaandeel nét door hun laptopproject en manier van werken. Of, nog mooier, het SASK in Brugge (Sint-Andreaslyceum Sint-Kruis) schakelt willige studenten in om het computerpark te helpen onderhouden. Deze studenten zitten – samen met onze technicus – in hun vrije uren te sleutelen en te ‘helpdesken’. Die jongelui hebben toch een enorme voorsprong als ze de schoolbanken verlaten?

Geen weg terug

Jammer genoeg geldt het omgekeerde ook. Voor scholen die hun leerkrachten én de ouders niet ‘mee’ hebben, werkt dit erg afstotend. Dan is een laptop een financiële domper die overlast veroorzaakt. En als – door slechte voorbereiding en partners – de toestellen of het internet het dan eens laten afweten, is het hek van de dam: dan maar liever zonder.

De positieve marketing moet ook geloofwaardig en duurzaam zijn. Een iPad-klas klinkt mooi, maar dat volstaat niet. Het is een duur en broos product dat moeilijk te beheren valt. Veel leerlingen kunnen er eigenlijk zelfs niet echt mee werken. Een pc of een laptop daarentegen is gewoon een modern werkmiddel dat langzaam de plaats inneemt van boek en schrift.

Elkeen beseft dat er geen weg terug is. Scholen zullen sowieso niet minder maar meer investeren in ICT, Oeso-studie of niet. Of gaan we plots weer de rekenmachine en het krijtje promoten?