Bekwaamheid boven gender graag!

Schaf het hinderlijke ritssysteem af.

Ik waag me op glad ijs maar het moet me van het hart: het ritssysteem voor de samenstelling van verkiezingslijsten is een nefast systeem. Elke vorm van positieve discriminatie druist in tegen het gelijkheidsbeginsel én is ondemocratisch. Kwaliteit, inzet én ideeën primeren op geslacht.

Voilà, ik het gezegd. Ik weet het, allemaal zware woorden maar ik meen ze wel. Eigenlijk was het sterker geweest mocht een vrouw deze opinie hebben geschreven. Ik ben er namelijk van overtuigd dat veel vrouwen mijn mening delen. Maar jullie zullen het met mij moeten doen. Een jongeman van 30.

De kranten smullen en brengen het getouwtrek om de lijsttrekkerschappen en topplaatsen maar al te graag. Enkele koppen waar mannen met elkaar in de clinch gaan: ‘CD&V’er Carl Devlies gooit handdoek in de ring (DM online 7/1/2014)’, ‘Somers en Van Mechelen vechten om eerste plaats (DS online 8/1/2014)’. Maar het kan evengoed omgekeerd: ‘Het probleem dat Open Vld heeft in Oost-Vlaanderen met zijn overvloed aan mannen, heeft de Sp.a-voorzitter in het door vrouwen gedomineerde Antwerpen (DM 8/1/2014)’.

Het is nu eenmaal de realiteit dat de socialisten in Antwerpen met Yasmine Kherbache, Monica De Coninck, Kathleen Van Brempt, Caroline Gennez, Maya Detiège en Güler Turan uitzonderlijk sterke dames hebben klaar staan. Waarom mag Bruno Tobback deze talenten niet gewoon de beste plaatsen bedelen? De politiek zou er wel bij varen. Ook mijn voorzitster Gwendolyn Rutten zou dezer dagen beter slapen mocht op de eerste en tweede plaats (én waarom niet de derde, vierde,…) hetzelfde geslacht mogen staan.

In 1994 was vader Tobback (Sp.a) – samen met Miet Smet (CD&V) – de drijvende kracht achter de wet die ervoor zorgde dat er minimum 1/3 vrouwen op een verkiezingslijst moeten staan. Deze wet bleek echter een lege doos omdat de partijen de verkiesbare plaatsen bleven reserveren voor mannen. Slechts 120 van de 514 parlementsleden waren na de verkiezingen van 1999 vrouwen. Dat was meer dan in 1995, toen we maar 95 vrouwelijke gekozenen hadden. Maar met de wetSmet-Tobback had dat niets te maken. Dit bleek uit een onderzoek van het Centre de recherche en d’information socio-politiques (Crisp). De vrouwelijke winst was er enkel gekomen omdat vrouwvriendelijke partijen zoals Ecolo en Agalev het toen goed hadden gedaan. Hadden de verkiezingen van juni 1999 exact dezelfde uitslag opgeleverd als die van 1995, dan waren er merkelijk minder vrouwen verkozen geweest.

Onder impuls van minister Onkelinx werd de wet in 2002 vervolgens verstrengd tot de helft vrouwen én eenritssyteem voor de eerste plaatsen. De ‘quotawetten’ zorgden vanzelfsprekend voor meer vrouwen in de politiek. Enkele cijfers (RoSa-factsheets van juli 2009): 35% in het Europees Parlement, 38% in het Federaal Parlement, 17% in de Federale regering, 39% in het Vlaams Parlement, 44% in de Vlaamse Regering, 38% in de Provincieraden, 34% vrouwelijke gemeenteraadsleden, 9,4% vrouwelijke burgemeesters.  Dus opdracht geslaagd en applaus op alle banken?

De goede bedoeling van de minister staat buiten kijf maar als jonge liberaal gruwel ik hiervan. Vaak wordt het systeem van quota’s en ritsen afgeschilderd als een noodzakelijk kwaad om het recht op gelijkheid in praktijk om te zetten en nemen we er de nefaste gevolgen graag bij. Dit is een fout uitgangspunt en niet meer van deze tijd. De actualiteit (zie hoger) toont duidelijk aan dat door dit systeem kwaliteitsvolle mensen uit de boot dreigen te vallen. Mannen én vrouwen.

Beste partijvoorzitters. Quota of ritsen brengen geen zoden aan de dijk, het echte onding is en blijft de lijststem. De onderzoeksters van het Crips toonden het in 1999 al aan. De lijststem werkt vrouwonvriendelijk. Zonder lijststem waren er toen 30 vrouwen meer verkozen. Dus schaf de lijststem én het ritssysteem af. Het zou de democratie en jullie nachtrust ten goede komen.